Vechten en niet vechten

Over de gehele wereld gebruikte men vroeger bij het gevecht zwaarden, speren en andere wapens. Als er geen wapens binnen handbereik waren, werd er gebokst en geworsteld. Vechttechnieken waren wereldwijd ongeveer hetzelfde tot aan de ontdekking van vuurwapens. Door het gebruik van vuurwapens veranderde de manier van vechten in oorlogstijd volledig.

In Japan werden door de Portugezen in 1543 geweren ingevoerd. Al snel begonnen de Japanners zelf geweren te maken. Omstreeks 1590 werden de geweren in oorlogen gebruikt. Geweren bewezen efficiënter te zijn dan de traditionele wapens. Het gebruik van geweren was nog beperkt door de beperkte productie. Rond 1600 werd Japan geregeerd door de Tokugawa-clan. Deze clan slaagde erin een regeersysteem te ontwikkelen waarbij de samurai domineerden. Om hun overheersing te versterken werden productie en gebruik van vuurwapens verboden; communicatie met de buitenwereld was reeds verboden. Hierdoor ontstonden in Japan de omstandigheden die het mogelijk maakten om gedurende een periode van 250 jaar de krijgskunst zonder vuurwapens te ontwikkelen, terwijl in Europa de vuurwapens werden ontwikkeld als voornaamste wapen in de krijgskunst.

Rond 1800 begon Europa China te koloniseren. De Europeanen waren niet zo geïnteresseerd in Japan omdat het erg klein was vergeleken met China. De VS wilden ook deel uitmaken van de kolonisatie van China en wilden Japan als haven gebruiken alvorens in China aan te komen. Rond 1860 kwam de marinevloot van de VS naar Japan en dwong de Japanse regering hen een haven te geven als hun territorium. Toen wilden ook de Europeanen de haven gebruiken en liep Japan het gevaar net als China ook gekoloniseerd te worden. Japan besloot toen een sterk leger te mobiliseren om zichzelf tegen de VS en Europa te verdedigen. Vervolgens werd het gebruik van het zwaard verboden en werd een leger met vuurwapens gecreëerd.

Bepaalde groepen samurai, die de tradities van de zwaardtechnieken behielden, waren ontevreden en probeerden die traditie te behouden. Eén mogelijkheid was de herleiding naar sport. Deze sport-stijlen van de gevechtskunst werden ondersteund door de studenten van de universiteit. De stijlen die niet de sportkant opgingen werden kobudo of jujutsu genoemd.

Een van de jujutsu-stijlen heette Daito-ryu jujutsu. Dit was de technische basis voor aikido. Het is belangrijk om te weten dat judo voortkwam uit een krijgskunst waarin geen zwaarden gebruikt werden. Hetzelfde gold voor karate. Daarom omvat karate stoktechnieken maar geen zwaardtechnieken. Kendo was gebaseerd op zwaardtechnieken maar koos de richting van sport. Daito-ryu jujutsu werd ontwikkeld door iemand die van het zwaard hield en goed was in technieken met het zwaard. Hij ontwikkelde technieken zonder wapens, waarbij hij gebruik maakte van zijn vaardigheid in het gebruik van het zwaard. Daarom zijn de technieken van het Daito-ryu jujutsu technieken dan ook erg verschillend van de technieken van judo of karate. Eigenlijk leken de technieken van het Daito-ryu jujutsu erg veel op kendo-technieken. Maar bij het oefenen van de technieken raakte het zwaard in de vergetelheid en kwam meer de nadruk op situaties uit het straatvechten in de toenmalige samenleving.

Na de Tweede Wereldoorlog was het algemene beeld dat Japan niet meer zou vechten. De Japanse bevolking had toen geen vuurwapens of zwaarden. Men dacht aan straatvechten zonder wapens of misschien met stok of mes. De nieuwe naam Aikido kwam voort uit die situatie. Het idee in Aikido was de situatie te controleren zonder te vechten. Deze mentaliteit correspondeerde met diezelfde tendens in de VS en Europa van na 1960. Het idee om conflicten zonder vechten op te lossen werd deel van de filosofie van Aikido.

Toen kwam het idee van zelfverdediging. Wat is zelfverdediging? Eigenlijk is er geen verschil tussen aanval of verdediging. Als men een actie onderneemt naar de partner heet het aanval. Als de ander dan hetzelfde doet, heet het verdediging. Dus verdediging is alleen toegestaan als je wordt aangevallen. Als het een aanval zonder wapens is, is het mogelijk de aanval af te wachten en dan te handelen. Maar als de aanval wordt ingezet met vuurwapens of andere erg technische wapens, is het bijna onmogelijk jezelf te verdedigen nadat de aanval is ingezet. Dit betekent dat je de ander moet neerschieten voordat hij jou neerschiet.

Vervolgens kun je de vraag stellen 'ken je de intentie van de ander?' Als iemand een pistool in de hand heeft, twijfelt de agent aan de intentie van de persoon en gebiedt hem onmiddelijk het wapen te laten vallen en beide armen in de lucht te steken. Als het donker is, wat moet de agent dan doen? Misschien is de agent genoodzaakt de ander neer te schieten voordat de ander hem neerschiet. Vervolgens rijst de vraag of de agent de situatie goed heeft ingeschat of niet.

Als de aanval en verdediging gebeurt tussen twee landen is het nog ingewikkelder. Om te beginnen: als een land wordt aangevallen, is het moeilijk om te weten wie het heeft aangevallen. Dan mag het land veronderstellen dat de aanval is ingezet door het vijandige land en wordt in naam van verdediging de aanval ingezet. Tussen twee personen wordt dit wraak genoemd; dit is bij de wet verboden. De staat kan de misdadiger straffen zodat het slachtoffer zich niet hoeft te wreken. Tussen twee landen is er geen hogere macht aanwezig, dus wraak is toegestaan. Opnieuw is het niet gemakkelijk om wraak en verdediging te onderscheiden. Het hele probleem ontstaat doordat de actie van aanval, wraak of verdediging hetzelfde is. Het is alleen een kwestie van interpreteren.

In Aikido is het mogelijk een geheel nieuwe filosofie te creëren. Aikido hoeft geen zelfverdediging te zijn. Verdediging is hetzelfde als aanval. Aikido is de weg om die situatie te creëren waarin een aanval moeilijk tot stand kan komen. Als er geen aanval kan ontstaan dan is er geen verdediging nodig. Ik denk dat dit de enige weg is naar vrede.

Doshu

(vertaling: Nico Poppelier)